Vaatchirurgie


Ongeveer de helft van alle patiënten met diabetes en voetwonden heeft aantoonbaar vermindering van de bloeddoorstroming in het been. Dit belemmert de wondgenezing. Het een en ander is het gevolg van de optredende vaatverkalking en vernauwing in met name de bloedvaten onder de knie.

Het is een verraderlijke conditie omdat door het veelal ontbreken van de pijnsensatie in de voet  (ongeveer negentig procent van de patiënten met diabetes en voetwonden) de verminderde bloeddoorstroming niet wordt opgemerkt. Wonden genezen daardoor niet en worden steeds dieper, met uiteindelijk kans op een (diepe) infectie. Dit is een gevaarlijke conditie voor het been.

Daarom moet bij elke voetwond van een diabetespatiënt onderzoek gedaan worden naar de doorbloeding van de voet. Helaas bestaan er geen eenvoudige testen die volledig betrouwbaar zijn. Indien de gemeten bloeddruk ter hoogte van de enkel lager is dan de gemeten bloeddruk van de arm, is er sprake van een stoornis in de doorbloeding. De teendruk geeft een iets betrouwbaardere informatie. Normale of verhoogde drukwaarden sluit evenwel vaatlijden niet uit.

Aanvullende diagnostiek in de zin van een duplex, angiografie (vaatfoto), CT scan of een MRA, zeggen wel iets over de plaats en de aard van de vaatafwijkingen. Ze geven evenwel geen indicatie of er onvoldoende bloed de voet bereikt om de wondgenezing te belemmeren. Deze aanvullende methoden worden alleen gebruikt ter ondersteuning voor de verdere behandeling van de bloedvaten.

De behandeling van het vaatlijden kent meerder mogelijkheden afhankelijk van de plaats en de omvang van de vaatproblemen. Bij een dotterbehandeling wordt via een katheter, die ingebracht is in de aangedane slagader, met een ballon de afwijking gedotterd. Met de huidige materialen en technieken zijn we in staat ook de kleinere vaatjes rond de enkel en voet hiermee te behandelen.

Er bestaan meerdere chirurgische technieken, variërend van het operatief opheffen van de vernauwing tot het aanleggen van een zogenaamde bypass, ter overbrugging van het aangedane vaatgedeelte. Elke methode heeft zijn eigen indicatie. Soms wordt gebruik gemaakt van een combinatie van beide methoden.